Weblogs

 

Pers en publiciteit, nr.7, oktober 2010

Schoolvoorbeeld

Zo goed als het de eerste keer nog ging, zo slecht verliep de communicatie rond het mogelijk hernieuwd gebruik van cocaïne van turnkampioen Yuri van Gelder. Het ‘medisch probleem van persoonlijke aard’ waarmee de turnbond de publiciteit zocht, riep zoveel vragen op dat de hype er alleen maar extra mee werd gevoed. Het vage taalgebruik leidde tot voorspelbare speculaties, dwong de turnbond binnen een dag het C-woord in de mond te nemen, en mondde ten slotte uit in een voor alle partijen schadelijk welles-nietes spel tussen bond en ondergedoken turner.

Hoewel we nog steeds niet weten wat er precies aan de hand is, lijken twee opties het meest voor de hand te liggen:
1. Yuri heeft opnieuw cocaïne gebruikt, of
2. Yuri kon de psychische druk niet aan.

Welke van deze of vergelijkbare opties ook het werkelijke verhaal is, als dat verhaal in één keer open en eerlijk was verteld, was de schade in alle gevallen minder geweest dan nu.
Toch is de keuze om te proberen een vervelend verhaal maar half te vertellen, niet zo uitzonderlijk. Kijk maar naar eindeloze reeks onthullingen over seksueel misbruik in de katholieke kerk, of hoe Rob Oudkerk bleef draaien nadat Heleen van Rooyen zijn ontboezemingen over hoerenbezoek en coke snuiven onthulde. Ook Mabel Wisse Smit leerde dat het niet handig is als je om de hete brij heen blijft draaien. Toen na alle ontkenningen Charlie da Silva in het programma van Peter R. de Vries riep: ‘He dat is dat wijf van die lange’, werd ook haar vooral verweten niet de waarheid te hebben gesproken.

We kunnen er slechts naar gissen of Van Gelder, of mogelijk iemand die hem terzijde stond, aan dit soort voorbeelden heeft gerefereerd. Toch had Yuri een jaar eerder al ervaren, toen hij al hakkelend met de nodige omzwervingen wel volmondig toegaf cocaïne te hebben gebruikt, dat het publiek het stom, jammer en sneu vond, maar hem ook steunde in zijn poging terug te komen. Een beetje vergelijkbaar met de Belgische wielrenner Tom Boonen - eveneens een publiekslieveling - die cocaïnegebruik toegaf, een Tourstart aan zich voorbij zag gaan maar daarna weer opnieuw door dat publiek in de armen werd gesloten.
Diezelfde Tom Boonen ging later opnieuw in de fout, maar ook toen draaide hij niet om de feiten heen en bekende hij dat hij tijdens het feestje na zijn overwinning in Parijs-Roubaix opnieuw de verleiding niet had kunnen weerstaan. Boonen had die tweede keer zichtbaar meer moeite met zijn bekentenis, maar door opnieuw openhartig te zijn, kwam hij er publicitair opnieuw redelijk goed van af. Het leidde ook niet tot een definitieve breuk tussen werkgever en sportman, of tussen wielerbond en sportman. Dit in tegenstelling tot de breuk tussen Van Gelder en de bond en zijn sponsor. Want hoewel de affaire nog lang niet aan zijn laatste hoofdstuk toe is, lijken alle publicaties en beschuldigingen over en weer weinig ruimte voor verzoening meer te geven.

Jammer, want een open en eerlijk antwoord, had de schade nooit kunnen wegnemen, maar wel degelijk kunnen beperken.

ariankuil@actorion.nl


Twitter als griepmeter en actiemiddel

Het onderhouden van sociale netwerken is volgens een uitgebreid onderzoek door TNS Nipo inmiddels de belangrijkste activiteit op het internet. Het volgen van nieuws (inclusief weer en sport) wordt nog maar door 6 procent als belangrijkste activiteit genoemd, sociale media scoren nu met 15 procent veruit het hoogst. Winkelen blijft op 1 procent steken.

Die sociale netwerken worden tevens steeds creatiever ingezet. A.Vogel en Twirus (de twittermeter) gebruiken tweets over griep, hoest, verkoudheid, etc. inmiddels als alternatieve griepmeter. De politie van Manchester gebruikte Twitter onlangs zelfs als actiemiddel.
Daarbij laat de alternatieve griepmeter vooral zien wat er in de wereld om ons heen gebeurt, terwijl de politie vooral wil laten zien wat ze doen. De bobbies stellen zich daarbij kwetsbaar op. Het besluit om te gaan twitteren, zal dan ook niet zonder discussie genomen zijn.

We zijn met zijn allen immers nog een beetje zoekende naar wat we met social media kunnen en moeten. Tijdens het recente perscongres bleek bijvoorbeeld dat de meeste persvoorlichters er inmiddels wel van overtuigd zijn dat social media belangrijk zijn, maar dat slechts een kwart van hen er ook actief iets mee doet. Dat staat in schril contrast met het gebruik van social media door hun vaak primaire doelgroep: de journalisten.

In een onlangs door Cision uitgebracht onderzoek naar hoe Britse, Duitse en Franse journalisten met hun bronnen omgaan, bleek immers dat het gebruik van social media als geen andere bron belangrijker wordt. Maar liefst 32 procent noemt social media belangrijk en 42 procent enigszins belangrijk. Het persbericht is daarbij nog niet dood verklaard en scoort met 11 procent nog alleszins redelijk, maar wie denkt het daar de komende jaren nog wel mee te redden, moet zich toch eens achter zijn oren krabben. Het lijkt verstandiger nieuwe media tot vast onderdeel van de totale media en marketingmix te ontwikkelen.

http://urlz.nl/eo
http://www.avogel.nl/onlinegriepmeting/
http://discoverdigitallife.com/ 
http://urlz.nl/go

ariankuil@actorion.nl


De kerk van Wilders

Ons beeld van de werkelijkheid wordt grotendeels gevormd door de manier waarop media dat ons schetsen. We zijn geneigd alles te geloven wat er verschijnt. Dat leidt soms tot bizarre situaties. Zo kreeg oud-burgemeester Guusje ter Horst van Nijmegen na afloop van haar nieuwjaarstoespraak in 2003, eerst alle lof toegezwaaid door gemeenteraadsleden vanwege de manier waarop ze op de moeilijke positie wees waarin bestuurders, politici en ambtenaren soms verkeren, door hun veelvuldige contact met het actieve maatschappelijke middenveld. Ook de lokale krant was de andere ochtend lovend. Dat veranderde diezelfde dag, toen de correspondente van het ANP het genuanceerde verhaal samenvatte met de term ‘vriendjespolitiek’. Die term was in de hele toespraak niet gebruikt en een te grove versimpeling van de boodschap, maar het gebruik ervan door de media, leidde tot een kortstondige hype en een beeld dat vervolgens ook door diezelfde fractievoorzitters en raadsleden die eerst nog lovend waren, werd overgenomen.

Hetzelfde lijkt een beetje aan de hand met het beeld dat er de laatste jaren is ontstaan over ons landsbestuur van de afgelopen decennia. De omslag werd ingezet door de opkomst van Pim Fortuyn, die het in campagnejargon had over ‘de linkse kerk’ en de ‘puinhopen van paars’.
En hoewel het elan bij Paars II misschien minder zichtbaar was dan bij het eerste paarse kabinet, ging het als we naar tevredenheidsonderzoeken en cijfers uit die tijd kijken, toch behoorlijk goed met Nederland. Fortuyn boorde dan ook iets aan dat onder de oppervlakte smeulde. Daarbij ontstond ook het beeld dat er met het ter discussie stellen van de multiculturele samenleving een taboe werd doorbroken.

Wilders lijkt – na het debacle LPF – de werkelijke erfgenaam van Fortuyn. In ieder geval electoraal. En ook Wilders schuwt het gebruik van grote woorden niet en opereert uitermate handig en graag vanuit een slachtofferrol. Het heeft hem nu in het centrum van de macht gebracht en de toon van de Nederlandse politiek nadrukkelijk veranderd.
Zijn inbreng was ook even nadrukkelijk terug te horen in het triomfalisme waarmee het eerste kabinet Rutte werd gepresenteerd. Daarbij werd een beeld geschetst alsof Nederland tot die dag, zo ongeveer sinds de jaren zeventig, onder een soort linkse dictatuur heeft geleefd. Politiek, media, onderwijs, het lijkt ineens één grote samenzwering van ‘de linkse kerk’, en: ‘Nu zijn wij aan de beurt.’

Die triomfalistische toon wordt ook overgenomen en versterkt door diverse media. Toch hebben we in al die jaren voor Rutte I, nooit een links kabinet gehad. Heeft in al die jaren of het CDA, of de VVD, of hebben beide partijen in het kabinet gezeten. Maar net als de raadsleden die door de ‘samenvatting’ van de eerst nog lovend ontvangen nieuwjaarstoespraak ineens uiterst kritisch werden, lijken de afgelopen decennia er nu ineens ook heel anders uit te zien, dan toen we er middenin leefden. Daarbij wordt opvallend gemakkelijk aan feiten voorbij gegaan. Een fenomeen waar ook Barack Obama inmiddels last van heeft in zijn vergelijkbare verdediging tegen wilde beschuldigingen vanuit de (op veel punten met anti-establishment bewegingen/partijen vergelijkbare) Tea-party. Het is daar zelfs zo ver dat veel Amerikanen inmiddels denken dat Barack een verkapte moslim is.

Een echt antwoord op deze karikaturale beeldvorming lijkt nog niet echt gevonden, maar beginnen met stelselmatig de feitelijke onjuistheden te blijven benoemen, is daarbij geen overbodige luxe.

ariankuil@actorion.nl